Stress!!!

Stress doet rare dingen met je hoofd. Zeker als je het – zoals bij ons op Bellevue – niet zo vaak hebt. Maar deze keer dus wel. Hoe kwam dat dan allemaal zo?

We gaan op ziekenbezoek naar Nederland. Nu is dat sowieso geen sinecure. En dan bedoel ik niet die 800 kilometer hoor, want als je in Frankrijk woont, zijn afstanden relatief. We rijden rustig anderhalf uur om ergens uit eten te gaan. Nee, getweeën op pad is ingewikkeld vanwege alle beesten op Bellevue. De pony’s moeten geborsteld, de kippen dienen ’s avonds te worden opgehokt en ’s morgens weer te worden bevrijd. De katten moeten naar buiten (en helaas ook weer naar binnen) en het ganse dierenrijk dient gevoederd. Voorts moet er stront geraapt (van de pony’s hoor, niet van de gasten), worden er eieren gezocht en katten geknuffeld. En als het vriest moeten er ook nog verwarmingselementen plus waterkranen aan- en uitgezet worden. Voorwaar een dagtaak dus, waarvoor zonder uitzondering vrijwilligers worden ingeschakeld om alles naar behoren uit te voeren.

Met corona wordt dat allemaal nog eens extra lastig. Zo moeten, voordat wij op ziekenbezoek kunnen, onze Nederlandse babysitters worden getest, want alleen met een bewijs van negativiteit op zak mag je tegenwoordig het land van Marianne in. Aldus gewapend komen onze oppassers een etmaal voor ons vertrek al op Bellevue, om ruim de tijd te hebben voor de rondleiding met uitleg. Tot zover geen stress…

Wij op onze beurt moeten ons de dag vóór ons vertrek, in Frankrijk laten testen. Immers, het zal 24 uur duren voordat de uitslag daarvan bekend is en we kunnen niet het risico lopen om in Nederland aan te komen en pas daar te horen dat we positief zijn. Want dan zouden we niet meer terug kunnen naar La Douce France en evenmin op bezoek bij de zieke?!?

We maken dus op tijd een afspraak, want in een land waar de gezamenlijke dierenartsen per dág meer honden en katten vaccineren tegen rabiës dan de Franse GGD prikken uitdeelt in een wéék, moet je het ergste vrezen. Doch dat valt mee: we kunnen terecht op vrijdag om 11.00 uur, de laatste mogelijkheid voor de zaterdagse autorit. Dus wij gewapend met mondkapje, verse zakdoeken en handschoenen (dat moest allemaal van internetdokter Doctolib, die de afspraken keurig regelde) naar Chateau Chinon, een half uurtje van Bellevue, voor de beoogde marteling. Want daarover doen de meest vreselijke verhalen de ronde. Over wattenstaafjes die via de neus tot diep in de hersenen dringen, op zoek naar Het Virus. Wat in de Morvan, waar Einstein bij mijn weten niet werd geboren, overigens niet veel kwaad kan.

Eenmaal bij het laboratorium, staat reeds een fikse rij wachtenden voor een open raam, naast een deur waarop de tekst dat je daar als patiënt onder geen beding naar binnen mag. De kwelling zal zich dus afspelen in de buitenlucht, welke bijzondere omstandigheid nog wordt benadrukt door een bui die in langdurigheid alleen door heftigheid werd overtroffen.

Eenmaal aan de beurt, worden wij door een overigens zeer vriendelijke laborante, die gemakshalve aan de andere kant van het open raam staat en derhalve relatief droog blijft, gesommeerd onze neuzen vrij te maken van het masker, dat evenwel stevig over de mond gesnoerd dient te blijven. Aldus is de weg vrij voor de gevreesde wattenstaaf. Die is in niets te vergelijken met zo’n huis-tuin-en-keuken wattenstaafje dat je in je oor kunt stoppen. Dit exemplaar is schier oneindig lang, en waar zo’n oorstaafje een lief wattenbolletje aan het einde heeft om niet dwars door je trommelvlies te steken, heeft deze stok een scherpe punt, die – inderdaad – slechts wordt gestuit door de hersenstam.

En toch, tot zover nog altijd geen stress.

We krijgen een A5-je mee, met daarop in onleesbaar kleine lettertjes een handleiding over hoe nu verder. Zo zullen we binnen 24 uur een sms ontvangen met een code. Op een speciale internetpagina maken we vervolgens met behulp van die code een account aan. Daarop krijgen we een link toegestuurd, waarmee we de pagina met onze uitslag kunnen open en uitprinten. Pommetje oeufje, zoals ze hier in Frankrijk zeggen.

Om elf uur des avonds reeds, komt de beloofde sms binnen. Een half etmaal te vroeg dus en dat is een opmerkelijke prestatie, voor een volk dat ‘het Franse kwartiertje’ heeft uitgevonden. Omdat ik op dat moment al tegen de gebreide broek lig, zoals onze vriendin Tineke placht te zeggen, besluit ik om extra vroeg op te staan om dit digitale varkentje te wassen.

Om zes uur ’s reeds achter de computer dus. De op het A5-je aangegeven internetpagina bestaat niet, maar met een beetje Googlen vind ik ‘m toch. Een tikkie stress nu. Ons mailadres wordt ingevoerd, het gebruikelijke wachtwoord gegeven, de code ingetoetst en de leeftijd genoteerd. Komt u maar. Nou, niet dus, want het wachtwoord is ongeldig. Dat moet bestaan uit minimaal acht tekens, waaronder tenminste een hoofdletter en een cijfer. Dat had ik gedaan, maar goed… Opnieuw proberen en het door de computer aangedragen wachtwoord gebruiken, dat lijkt de oplossing. Behalve dat-ie ook dat mot de passe niet accepteert, want dat ‘moet bestaan uit minimaal acht tekens, waaronder tenminste een hoofdletter en een cijfer’. Helemaal eruit en andermaal opnieuw beginnen dan maar. Nu blijkt dat de code die per sms werd verzonden, slechts één keer kan worden gebruikt. Ga je dus uit die internetpagina, dan vervalt de toegang als je de boel heropent. Grrrrr.

Dikke stress nu.

En dan moet ik de uitslag voor Elly ook nog zien te krijgen?!? Maar die frisse start lijkt, met haar eigen code op haar eigen telefoon, rimpelloos te verlopen. Sterker, na enkele seconden reeds valt er een berichtje in de mailbox, met een link die naar de pagina met de uitslag moet leiden. Daarop geklikt en… een venstertje opent zich dat er een erreur is en dat ik contact moet opnemen met het laboratorium. Op zaterdagochtend, om halfzeven…

De stress blijft in zoverre hanteerbaar dat de laborante van de dag ervoor ons heeft verzekerd dat het lab wel degelijk open is op zaterdagochtend en dat we gewoon even kunnen bellen als er iets is. Dat doe ik – tegen beter weten in – tegen kwart voor acht. En verdomd, er wordt opgenomen! De stress ebt wat weg. Maar dat is slechts tijdelijk. Ik leg de mevrouw aan de andere kant (niet die aardige van gisteren, dat hoor ik zo) uit wat er is gebeurd en dat ik nu graag de uitslag van onze tests wil. Dan moet ik naar de opgegeven internetsite gaan, zegt ze. Ik kaats dat die dus niet werkt en vraag of we het telefonisch kunnen afhandelen. Wat mijn geboortedatum is, wil ze weten. Dus ik zeg: 7 oktober 1956 (allemaal even noteren graag), en mop er nog achteraan: ‘Inderdaad, dat zou je niet zeggen.’ Maar het is nog te vroeg voor flauwe grappen en grollen. Wel komt ze met het resultaat: negatief. Mooi, zeg ik, maar kan ik dat ook zwart op wit krijgen, want dat heb ik nodig voor de reis die ik ga maken. Nee, dan moet ik naar de opgegeven site gaan, zegt ze. Ik vraag me hardop af of ik soms een bandje aan de telefoon hebt, en dan blijkt het toch een zegen dat mijn Frans onbeholpen is, want dat begrijpt ze niet.

De kwestie is wat ik dan kan doen om het gewenste reisdocument te bemachtigen. Even los van naar die internetpagina gaan, waar ze weer over begint. ‘Uw kunt een kopie ophalen bij het laboratorium in Chateau Chinon’, zegt mijn bandje. ‘Mevrouw, ik moet op tijd in Nederland zijn voor de avondklok aldaar, dus vertel me nu niet dat ik eerst een uur heen en weer moet om een kopie te krijgen?!? Kunt uw de uitslag niet per mail versturen?’ Nee, dat kan niet. ‘Per sms dan?’ Nee, zo werkt dat niet. U kunt ‘of de internetpagina raadplegen, óf een kopie halen’. ‘Oké’, leg ik mij neer, ‘maar zijn ze er al om acht uur ’s morgens?’ Jawel, zegt mijn bandje. ‘Echt?’ Ja hoor, u kunt er terecht. ‘En krijg ik dan ook de uitslag van mijn vrouw?’ Nee, daarover kunt u de internetpagina raadplegen…

En dan blijkt de stress. Want eenmaal in de auto op weg naar Chateau Chinon neem ik de route naar het Lac des Settons. En die leidt heel ergens anders heen. Tegen de tijd dat ik dit ontdek, blijk ik gans verdwaald en moet de TomTom op mijn mobiel uitkomst bieden. Pas om halfnegen bij het lab dus, waar de bui van gisteren nog altijd in alle hevigheid aanhoudt, waarbij zij opgemerkt dat ik inderhaast mijn jas ben vergeten. En dat is niet het enige, zo blijkt in de gang van het lab: ik heb geen mondkapje bij me…

Stress doet rare dingen met je hoofd.