Allons, enfants de la Patrie!

Deze week was het weer raak: er viel iets te herdenken. Daar zijn de Fransen nogal goed in: herdenken. En terecht, want het verleden is onze leidraad naar de toekomst. ‘Allons, enfants de la Patri-iiiie…’

Natuurlijk kennen de Fransen dezelfde ‘feestdagen’ als wij: Nieuwjaarsdag, Goede Vrijdag, Pasen, Pinksteren en uiteraard Kerstmis, welk feest – anders dan bij ons – maar één dag duurt. Daarnaast zijn er begin november nog hoogtijdagen als Allerzielen en Allerheiligen, als de winkels paars en geel en roodbruin kleuren van de chrysanten, waarmee hele volksstammen de graven van hun (voor)ouders bedelven.

Maar dat bedoel ik hier allemaal niet. Het gaat me vooral om herdenkingen van de oorlogen die Frankrijk in het verleden teisterden. Om te beginnen met de Franse Revolutie: 14 juli oftewel Quatorze Juillet. De bestorming van de Bastilles vond in het jaar 1789 juist op die dag plaats. Het is goedbeschouwd bizar dat zo’n gewelddadige gebeurtenis tot nationaal feest verwordt. Immers, honderden gezagsdragers werden door het volk gelyncht tijdens en na die bestorming. Lees Hillary Mantels ‘Een veiliger Oord’ er maar op na. Maar goed, daarover later.

De belangrijkste herdenking ná het begin van de Franse Revolutie, is zonder twijfel l’Armistice, de wapenstilstand die op 11 november 1918 om vijf over drie ’s middags werd getekend en die de facto het einde van de Eerste Wereldoorlog betekende. En geen wonder dat deze gebeurtenis jaarlijks honderdduizenden Fransen op de been brengt, want juist voor hun was ‘14-’18 – met in het totaal ruim 6 miljoen Franse slachtoffers, onder wie bijna anderhalf miljoen doden – La Grande Guerre: de Grote Oorlog. Monumenten in iedere Franse gemeente herinneren aan deze ramp, vooral door de schier eindeloze rijen namen op de bijbehorende plaquettes.

Maar ook daarmee is het niet gedaan met de oorlogsherdenkingen, want vrijwel ieder dorp en elke stad heeft ook nog zijn lokale ceremonies, ongeacht of die de Eerste of de Tweede Wereldoorlog betreffen. Zo ook Moux-en-Morvan, waar jaarlijks op 15 februari wordt herdacht dat op die datum in 1944 vijf verzetsstrijders uit het dorp door Franse collaborateurs worden gefusilleerd. Net als Charles Camus, de plaatselijke wijnhandelaar trouwens, ofschoon die werd doodgeslagen…

Al veel eerder had het verzet in de Morvan zijn toevlucht genomen tot de dichte wouden die de streek kenmerken. Om precies te zijn richtten zij op diverse plekken in het kreupelhout van de bossen hun schuilplaatsen in, de zogeheten maquis. De eerste van die maquis werd overigens opgezet in Moux: het Maquis de Fiottes. Hoe dan ook, de aanloop voor de rampzalige gebeurtenissen van 15 februari begint de avond ervoor al, als ‘maquisart’ Gabriel Lavault aan zijn kapitein Joseph Pelletier vraagt of hij met verlof naar Nevers mag, om zijn familie aldaar te bezoeken. De kapitein weigert, omdat hij niet voor de veiligheid van Gabriel kan instaan.

De laatste is wellicht dodelijk gefrustreerd geraakt of verblind door woede, maar feit is dat hij de volgende dag op pad gaat met twaalf Francistes, zoals de ‘nsb’ers’ van Frankrijk zich noemden. Die zeiden te willen overlopen naar het verzet. Als zij het gehucht Sept-Loups passeren, slaagt de groep erin drie gijzelaars gevangen te nemen: de bus-chauffeur die zijn ritje van Saulieu naar Montsauche maakte, plus twee postbodes. Onder dwang wijzen de gijzelaars de Francisten de weg naar het Maquis de Fiottes, waar om elf uur ’s morgens vier jonge Mouxois, in leeftijd variërend van 20 tot 36 jaar, tegen de wand van hun cabane worden gezet en met mitrailleurvuur vermoord. Ook Gabriel Lavault, hun oude kameraad, vindt er de dood. Bloeddronken gaan de collaborateurs naar Moux zelf, waar zij binnendringen in het huis van de plaatselijke wijnhandelaar Charles Camus (42), hem letterlijk doodslaan en zijn vrouw licht verwonden.

Nog altijd vertelt Pascal Rateau, burgemeester van Moux, dit verhaal op 15 februari, opdat ‘onze jongste generaties nooit zullen vergeten eer te betuigen aan die jonge mannen van destijds, die niet aarzelden hun leven te geven, zodat wij in vrijheid kunnen leven’. Het was overigens Pascals grootvader, Arsène Rateau, die de lijken van de vijf verzetsstrijders uit het bos naar het dorp liet vervoeren, om ze tijdelijk in een kleine kapel tegenover het monument van Moux te ruste te leggen.

Zo waren de achterkleindochters van genoemde slachtoffers er afgelopen maandag ook weer bij, om hun helden van toen te gedenken. Er werden banieren gedragen, bloemen gelegd en liederen gezongen. Ja natuurlijk, óók de Marseillaise, die nu van een bandje werd gespeeld (ditmaal waren de batterijen van de versterker nu eens niet op), maar ooit uit duizenden kelen klonk, ten tijde van de Franse Revolutie… ‘Allons, enfants de la Patri-iiiie…’