Bellevue 20.21

Bellevue is weer wat groter geworden. En mooier vooral ook, want het uitzicht vanaf het erf, waar ons goede huis immers haar naam aan dankt, is ‘beller’ dan ooit.

Ooit was Bellevue (zeg maar de versie 1.0) een simpele longère, zoals een langgerekte fermette in goed Frans heet. Maar het gaat nu eens niet om het huis, maar om de grond rondom. Naar verluidt lag in die begindagen maar liefst een areaal van 50 ha. aan bossen, weiden, moestuinen en siertuinen rondom het pand. Dat lijkt me stug, want in een tijd van trekpaarden en kruiwagens, platte karren en keuterboertjes, was 50 ha. land veel te veel om te bewerken. Geen menselijke maat hè. Dus laten het vijf hectaren zijn geweest, rondom die oude boerderij. Nog altijd aanzienlijk, want 50.000 vierkante meter, daar kun je zo’n tien voetbalvelden op kwijt. Ik moet er niet aan denken…

Toen wij Bellevue kochten in 1998 (versie 2.0), waren er van die landerijen nog pakweg drie hectaren over. Voornamelijk bossen en sommige dan nog ver weg gelegen ook. Die laatste hebben wij dus verkocht, om van een zorg af te zijn. Maar we kochten ook grond terug. Eerst het weitje pal voor het huis, dat ooit bij Bellevue hoorde maar bij de verkoop buiten de boedel was gelaten. Sinds jaar en dag grazen onze pony’s Carmine en Chelsea er nu op.

In de winter van 2020 werden we in de vroege avond gebeld. Mevrouw Mantell aan de lijn, de eigenares van het terrein tussen ons ponyweitje en de weg beneden, die loopt van Moux naar het Lac-des-Settons. Of wij het telefoonnummer van buurvrouw Carolyn hadden, want ze wilde haar grond wel aan haar verkopen. Nou, dat telefoonnummer hadden wij opeens niet… Maar we waren zelf wel geïnteresseerd. Want hoorde dat land – 3600 vierkante meter – oorspronkelijk niet bij Bellevue? En stonden er geen lelijke bomen op die ons het zicht meer en meer belemmerden? En was het weitje sowieso niet aan een facelift toe?

Driewerf ja dus en we maakten een afspraak voor een nader gesprek. Ondertussen natuurlijk bij de gemeente geïnformeerd of het bouwgrond betrof (ja) en wat de prijs dan zou moeten zijn (ruim het drievoudige van de vraagprijs). We gingen, met enig afdingen, akkoord en zouden in maart naar de notaris gaan. Nou niet dus, want Frankrijk volop in het eerste confinement. Uiteindelijk zou het tot juli duren voordat de overdracht een feit was en we konden beginnen met het ontginnen van het terrein.

Dat was gemakkelijker gezegd dan gedaan… Want van dichtbij was de vegetatie een schier ondoordringbaar oerwoud van bramen, jonge bomen, brandnetels en vooral duizenden scheuten van de zogeheten Japanse duizendknoop. En dat is een valse rakker hoor, die knoop: in Frankrijk nog niet verboden, maar in bijvoorbeeld Engeland mag je je huis niet verkopen als je het kreng op je terrein hebt staan. Waarom? Omdat-ie moeilijk is uit te roeien, tegen de klippen opgroeit en beton, asfalt en natuursteen in stukken breekt. En dan te bedenken dat-ie naar Europa is gekomen als sierplant. Ja, laat die duizendknopen maar schuiven.

Enfin, met een bosmaaier, een heggenschaar, een kettingzaag (allemaal gemotoriseerd) en veel ellebogenstoom hebben we ons eerst maar eens een pad gebaand door dit oerwoud, om te kijken waar we überhaupt zouden uitkomen. Behalve dan in Japan. Wat ons deed inzien dat het wellicht beter was zwaar materieel in te huren teneinde deze Gordiaanse knoop te slechten. Dat zwaar materieel kwam in de persoon van Vincent. Niet dat-ie zelf gemotoriseerd is (het scheelt trouwens niet veel), maar hij heeft wel een tractor van drie meter hoog, met een als een dolle draaiende rol erachter met allemaal hamers, waarmee hij alle vijandelijke flora adequaat te lijf gaat. Kortom, in drie uur had hij gedaan waar ik drie maanden op zou hebben geploeterd.

Met een kaal weiland, weliswaar vergeven van de aan gort geslagen takken en wortels, was de weg vrij voor ander groot materieel: het monster van Manuel. Dat is zo’n machine met een enorme grijper, waar onderaan een kettingzaag is bevestigd. Daarmee viel Manu de ruim twintig doorgeschoten dennenbomen aan, die een voor een werden geveld en opgestapeld, om later als plankenhout en pulp te eindigen. Weer een stapje verder.

Nu was het de beurt aan Nicolas, om met zijn graafmachine te komen en de wortels van diezelfde dennen uit de grond te trekken. Met groot geweld scheurde hij ze los uit de droge grond en smeet hij ze op een immense brandstapel, die uiteindelijk vier meter hoog werd en – wegens brandgevaar – vóór 1 april moest zijn opgestookt. Nou ja, eigenlijk mag je zulks helemaal niet meer verbranden in de Morvan, maar ja, er mag zoveel niet hè… Dus de fik erin: met vlammen van tien meter hoog een schouwspel van jewelste, waaraan we bij het boodschappen doen in het dorp nog de hele maand werden herinnerd.

Uiteraard wilden die enorme wortels niet helemaal opbranden, dus wat ons restte was een weide met allemaal zwartgeblakerde stronken, die als rotte kiezen uit de grond staken. Andermaal Nicolas gebeld dus, om te vragen of-ie ze kwam opruimen. Nou ja, dat wilde hij wel, opnieuw met groot materieel. Wat toen nog over was was een veld bezaaid met afgebroken takken, uitgescheurde wortels, omgewoelde stenen en blootgelegde knollen van brem en braam, knoop en knot.

Nu was het de beurt aan Thierry, die een machine heeft waarmee hij de grond omwoelt en daarna nog een ander apparaat achter zijn trekker waarmee hij alles verpulvert. Kijk, toen begon het erop te lijken, al moesten we nog Rodeo’s vol klein kreupelhout wegharken om een beetje een grasveld te creëren. Een grasveld? Maar zou er gras gaan groeien dan? Nee, niet als we het niet zouden inzaaien. Zo kwamen onze trouwe hulp Delphine (die normaal bij de bakker staat maar op maandagochtend wel beschikbaar is), Elly en ik op een droge, zonnige dag bijeen. Gewapend met harken en schoffels en kruiwagens en bakken en zakken zaad…

Dat zaaien was allemaal oké (El vond van niet trouwens), maar het harken van harde grond over een oppervlakte van 3600 vierkante meter, dat bleek onbegonnen werk. Dus andermaal Thierry ingeschakeld, die met een tractor kwam met een dikke en brede en zware rol erachter, waarmee hij het graszaad in de grond perste.

En toen? Toen werd het stil. En wachtten we op de regen. En de regen kwam en de regen druilde en de regen viel en de regen plensde en de regen roffelde en het zaad deed helemaal niks. Niente, nada, zero. Geen gras te zien, geen spriet te ontdekken, geen zweem van groen. Bellevue 20.21? Effe wachten allemaal…