350 miljoen liter wijn

Frankrijk heeft – volgens voorlopige tellingen – een wijnoverschot van pak ‘m beet 350 miljoen liter. Dat kan wel kloppen, want tot nu toe werden op Bellevue geen wijnproeverijen gehouden. Dat verandert per vandaag.

Het was, zoals bijna altijd, een ingeving van Elly. Geen idee meer waar we nu weer wijn aan het proeven waren met z’n tweetjes (doorgaans weet je na afloop al niet meer waar je ook weer was), maar de cave waarin wij ons laafden aan het vocht van Bacchus leek wel heel erg op onze eigen kelder onder Marrakech. Behalve dan dat daar meer liters verf stonden opgeslagen dan flessen druivennat. Waardoor ik mij verbeeldde dat de wijn naar verf smaakte en Elly de indruk had dat de verf naar wijn rook… Maar dikwijls moet je door een bestaande situatie heen kijken om de potentie van een ruimte te zien. En daar, tijdens die dégustation-van-ik-weet-niet-meer-waar, viel het kwartje: als we al die verf er nu eens uittrokken en de kelder officieel tot een cave de vin maakten? Om daar onze eigen proeverijen te organiseren, zodat onze gasten (en wij zelf) niet meer terug hoefden te rijden…

Oh, verstokte wijnliefhebbers op Bellevue kwamen tot nu toe ook al wel aan hun trekken hoor. Staken we op in Meursault, om de prachtige rode en witte wijnen van JanotsBos te proeven en en passant de wilde verhalen van onze vriend en wijnmaker Richard aan te horen. Of we reden – heel chic – naar Beaune, de wijnhoofdstad van de Bourgogne, om de kilometers lange, onderaardse gewelven van Joseph Drouhin onveilig te maken (mijn God, wat hoop ik dáár nog eens te verdwalen!). Maar we namen onze gasten ook wel simpelweg mee naar Jean-Pierre en Brigitte Parthiot, in het aanpalende dorp Alligny, waar nu hun opvolger Christophe vol bezieling zijn Bourgognes verkoopt.

Maar altijd weer terug rijden hè… En de wijnen tijdens de proeverij dus maar uitspugen, wat toch behoorlijk traumatiserend is. Nou weet ik wel, de echte proevers doen niet anders. De grote Hubrecht Duijker vertelde me ooit dat-ie vóór het middaguur al zo’n zestig flessen achter de kiezen heeft. Dat probeer ik ook steeds, maar meestal haal ik de klok van tien niet eens…

Het is dus een uitkomst, zo’n proeverij op eigen erf. Gasten in Marrakech kunnen vanuit de cave zo de trap op kruipen, de rest rolt gewoon een stukje en iedereen is weer thuis.

Dus gingen we tijdens de ‘confinement’ aan de slag. Blikken, potten en tubes verf eruit en stapels schuurpapier naar de grote schuur achter (daar ontleent het papier in kwestie zijn naam aan, denk ik). Verder poetsen en schrobben, plafond afborstelen en zuigen, vers grind op de vloer storten en verlichting aanbrengen. En dan mijn klusje: de wijnrekken bijvullen, met wit en rood, die we samen zouden gaan proeven. Mijn klusje is doorgaans ook die wijnrekken weer leeg te maken, dus togen we om de haverklap naar uiteenlopende wijnmakers om de voorraad aan te vullen. Zo kom je zo’n gastenloos tijdperk wel door.

Maar nu is de eigen wijncave dan toch klaar. Stijlvol ingericht door Elly en met een zodanige opstelling voor de proevers dat we er met zeker een meter onderlinge afstand kunnen werken. Nu ja, werken… Dat laatste geldt uiteraard alleen voor mij, want ik zal toch tekst en uitleg moeten geven. Over de bodemgesteldheid van de Bourgogne en de druivenrassen die er gelden. Over het verschil tussen wit en rood (het betreft hier de afwijkingen in smaak, niet de kleur) en de houdbaarheid van het spul. Over de manier van walsen en ruiken en proeven en – als het niet anders kan – uitspugen. Enfin, een hele heisa natuurlijk, maar iemand moet het doen.

Elly intussen, serveert hapjes bij de drankjes. Daar doet vriend Hubrecht dan weer niet aan mee, maar het moet voor ons gewone stervelingen uiteraard wel een feestje zijn. Zoals een vakantie op Bellevue altíjd een feestje is. Vooral als je nog even 350 miljoen liter wijn moet opmaken…

PS. Helaas kunnen we onze wijnproeverijen niet gratis aanbieden. Afhankelijk van de Bourgognes die we schenken, kost een dégustation 20 tot 25 euro p.p.