Omwille van weemoed

Nog precies weet ik wanneer ik de tweede grote liefde van mijn leven tegenkwam (de eerste is rode wijn;-)… de ochtend van onze vakantie naar Friesland.

In die dagen (was het 1980?) had je nog een reisverzekering nodig voor je ziektekosten, dus ik met de Peugeot 404 (nog een grote liefde, overgenomen van mijn oude vader) naar het Zilveren Kruis in Beverwijk.  En daar stond ze dan: onze eerste Quatrelle (Viertje), zoals zij in het Frans heet. In dat geval een knalrode R4-F6 (de F staat voor fourgon, dat bestelwagen betekent). Er meteen mee naar Vlieland, de vakantiebestemming van die zomer, dat ging ‘m niet worden, want de garagehouder in kwestie moest ons kersverse Renaultje eerst verkoopklaar maken.

Het is goed dat we niet bijgelovig zijn (en ook niet gelovig, behalve dan misschien góedgelovig), want de rest van de dag verliep betrekkelijk rampzalig. Op de Afsluitdijk sneuvelde de voorruit van de 404 en bij aankomst in Harlingen, bleek dat ik het sleuteltje van mijn racefiets was vergeten. En dan zo’n ANWB-slot, weet je wel, dat je met geen mogelijkheid open krijgt. Dus ik die fiets van de imperiaal gehaald, voorwiel eruit en de hele rimram achterin de auto gepropt. Ternauwernood de boot gehaald om met slechts één fiets op vakantie te gaan. Kwamen we op Vlieland aan, bleken de tentstokken nog in Heemskerk te liggen…

We keken de eerste dag dus al uit naar het einde van de vakantie. Want daar wachtte ons de R4. Die eersteling heeft het nooit opgegeven. Na ruim 400.000 km (dat is dus tien keer de aarde rond) ging de teller kapot, maar hebben we er naar schatting nog eens 50.000 km meer gereden…

Na die rode (die dan ook Rooie heette), kwam een witte R4-F6: Ronnie Renault. Zelfde verhaal, niet kapot te krijgen. Vervolgens kwam er een gele naast die witte (Elly moest ook naar haar werk), die ooit als bakkerswagentje was gebruikt. Dus iedere keer als we op pad gingen klonk het: ‘Komt voor de bakker!’.

We leven inmiddels eind jaren negentig en Bellevue raakt in beeld. Iedere drie weken met een R4 naar Frankrijk is ook zo wat, maar we blijven Renault trouw: we kopen een van de eerste Kangoo’s, een ei-gele, als auto náást Ronnie. Als we vanaf 2005 in Moux wonen, blijken we in de natuurlijke habitat van la Quatrelle te zijn beland.

Want waar de Lelijke Eend nauwelijks nog in het land van Marianne is te zien (allemaal opgekocht door ‘les Ollandais’), zijn Viertjes er nog wel te vinden. Dus komt er een groene, van de boswachterij. Als die bij de achteras doormidden breekt (een beruchte kwaal, dus het heeft niets met gewicht te maken), vinden we dankzij vrienden een lichtblauwe dame, die we nog steeds koesteren. Ook al staat ze nu met een lekke koppakking bij de garage:-(. Om ervan verzekerd te zijn dat we tot het einde der dagen R4 kunnen blijven rijden, schaffen we via vriend André een tweede, vrijwel nieuwe Quatrelle aan, die vooral in de mottenballen staat, om haar knap te houden. Want als we tachtig zijn, willen we nog steeds toertjes maken door de Morvan. En dat kan vanzelfsprekend alleen maar in ons Viertje, dat is gemáákt voor al die slingerweggetjes…

Je vindt er overigens nóg een op en rond Bellevue: onze Renault ACL Rodeo, de cabrio die vanaf het begin van de jaren zeventig gemaakt werd, als antwoord op de Mehari van Citroën. De teller komt daarmee op drie, maar zoals gezegd: er staat er altijd wel een in (of bij) de garage.

Wat maakt nu die liefde voor la Quatrelle? Het koekblik-achtige uiterlijk (in Nederland verscheen een boek onder de titel ‘Vierkant R4’)? De eenvoud van het concept? Het feit dat de karretjes niet kapot te krijgen zijn (in Frankrijk is de uitdrukking ‘Niets kan een R4 stoppen, zelfs de remmen niet…’, die inderdaad notoir slecht zijn)? Of is het de zucht naar nostalgie? Uiteraard is het een combinatie van dit alles, maar de weemoed die een Renault 4 oproept is toch wel bepalend. Waar we ook rijden, in stad of land, ontmoeten we blijde gezichten. Want de R4 hoort in het stadsbeeld, past in het Franse landschap, wat wordt herkend door jong en oud.

En geen wonder: van 1961 tot en met 1992 rolden er acht miljoen (!) R4’tjes van de lopende band. Een maand voordat de laatste Quatrelle zou worden gemaakt, gaf Renault in samenwerking met Libération een speciale, losbladige krant uit met prachtige foto’s van T. des Ouches, die hier zijn afgebeeld. De ultrakorte inleiding: ‘Sinds 31 jaar maakt zij deel uit van welk landschap dan ook. Van alle wegen en alle straten’.

Hoezeer het Viertje zich ook vastzette in ons onderbewustzijn, als onlosmakelijk onderdeel van la Douce France, vanaf 31 december 1992, de laatste productiedag, verandert het straatbeeld weldegelijk. Behalve dan op Bellevue, waar we een voorraadje bewaren voor onze gasten. Omwille van weemoed…