What’s in a name

Ja, die Margaretha van Bourgondië, dat was me er eentje. Hield van het goede, Middeleeuwse leven. Banketje hier, wijntje daar. Goede reden dus om een wijngaard te noemen naar deze koningin van Frankrijk.

Olivier Poelaert, samen met zijn Patricia eigenaar van Château de Couches in het gelijknamige stadje op drie kwartier rijden van Bellevue, betwijfelt of Margaretha van Bourgondië, ruim 700 jaar geleden op papier eigenares van zijn kasteel,  ooit een stap in Couches heeft gezet. Veel stappen zette ze sowieso niet, want de prinses verbleef vooral aan het hof van haar kroonprins (en de latere koning van Frankrijk, Lodewijk X). Waarom zou ze ook weggaan, want haar twee schoonzussen, hartsvriendinnen van Margaretha, waren al net zo losbandig als zijzelf en de drie dames vermaakten zich kostelijk met een stel minnaars. Dat leidde uiteindelijk tot een grof schandaal, waarna Lodewijk haar in het gevang liet gooien, waar ze in 1315 overleed. Voor Olivier Poelaert reden te meer om de wijngaard pal naast zijn chateau te noemen naar deze vrouw, die zo innig van wijn en spijs en liefde hield: Clos Marguerite.

Deze clos – Frans voor een ommuurde wijngaard, wat niet zozeer is bedoeld om indringers buiten te sluiten als wel om de warmte binnen te houden – telt drie verschillende druivenrassen: oude stokken van aligoté, jonge aanplant van chardonnay en de voor de Côtes de Couchois de gebruikelijke pinot noir. De overmacht van die laatste druif is historisch gegroeid. Toen het nabijgelegen Le Creusot in de tweede helft van de negentiende eeuw dankzij de stoommachine de staalindustrie opbloeide, waren er vele duizenden arbeiders nodig. En wat doen die? Die drinken rode wijn en geen witte.

Enfin, ook de andere wijnen van Oliviers hand – de kasteelheer voedt zijn rode en witte wijnen zelf op – hebben bijzondere namen. Neem de rijke, volle Saint Bernard, een vin blanc die niet genoemd werd naar de Heilige Bernardus van Clairvaux noch naar de gelijknamige hond-met-vaatje. Nee, toen Olivier en Patricia in 2009 hun kasteel kochten, werden ze zó hartelijk ontvangen door de toenmalige president van het Syndicaat van Wijnmakers – monsieur Bernard – dat-ie hem vereeuwigde op het etiket.

Eenzelfde eigentijdse naam is Clin d’Oeil. De viticulteur die oorspronkelijk verantwoordelijk was voor de wijngaard in kwestie, heette Beauregard, wat zoiets als ‘knappert’ betekent. En wat doet een vrouw als ze een knappe vent ziet? Precies, dan geeft ze hem een knipoog, een clin d’oeil…

En dan zijn daar nog Les Parisiennes als schat in de caves van Château de Couches. Ooit maakte Olivier onder het genot van vele flessen kennis met Gérard, wijnboer uit Paris-l’Hôpital, een gehucht in de Bourgogne. Gérard heeft zijn gaarden in Saint Sernin-du-Plain en tijdens die wijnovergoten avond kwamen de châtelain en de viticulteur overeen dat de druiven van de strook pal onder de kerk van het dorp, voor Poelaert zouden zijn. ‘En als de oogst dan begint, dan komen Gérards vrouw Verginie en hun dochter Julie eveneens vanuit Paris-l’Hôpital om te helpen. Waarop we altijd zeggen: ‘Ah, daar zijn les Parisiennes ook!’.

Proefnotities

Ofschoon Olivier Poelaert wel zo’n veertig verschillende wijnen maakt, is slechts een zevental direct verbonden aan zijn chateau: Saint Bernard (wit), Clin d’Oeil (rood en wit), Les Parisiennes (rood) en Clos de Marguerite (twee witten en een rode).

De Saint Bernard rijpt voor 100 procent op nieuwe vaten, die echter slechts licht gebrand zijn, om de finesses van de witte wijn overeind te houden. In de neus honing en venkel, in de mond honing, toast en vanille, waarmee de rijke, volle vin blanc naar een Meursault neigt. De Marguerite staat daar haaks op: fris en vrolijk en enigszins nerveus.

De rode Les Partisiennes tenslotte is zeer elegant en bijna vrouwelijk, met over de zachte rondingen een vleugje peper en laurier.

www.chateaudecouches.com

Dit verhaal van mijn hand verscheen eerder in Bourgondische Zaken, hét magazine voor levensgenieters