De Buik van Dijon

Ooit, lang geleden, had De Lichtstad zijn eigen ‘Les Halles’. De Buik van Parijs, zoals Emile Zola ze noemde in zijn gelijknamige roman, die zich afspeelt in en rondom die hectaren grote, overdekte levensmiddelenmarkt. Helaas raakte de Franse hoofdstad zijn buik in 1970 kwijt: de hallen werden gesloopt, omdat het vrachtverkeer de ‘spijsvertering’ in het eerste arrondissement ieder dag opnieuw lamlegde.

Maar Dijon heeft zijn buik nog! Toegegeven, ‘un petit ventre’ (een klein buikje) vergeleken bij de obesitas-buik van Parijs, maar toch nog bijna een halve hectare groot, met maar liefst 246 kramen. En ook Les Halles van de Hertogenstad, gebouwd tussen 1873 en 1875, worden gekenmerkt door hun gietijzeren boogconstructies en de glazen daken, waardoor er bakken licht naar binnen bulken. De eveneens gietijzeren sierkoppen die de pilaren van de constructie sieren, vertellen het verhaal van wat er te koop is: je ziet een hertenkopje, een wild zwijn, natuurlijk een rund, een ram, een vogel en vis. Oh ja, plus de bustes van Cérès, godin van de oogst, en Hermès, god van de handel. Saillant detail is dat die Griekse goden in de plaats kwamen van onze Christelijke god, want ooit stond op deze plek een Jacobijns klooster met een 13eeeuwse kerk…

Maar de schoonheid van Les Halles de Dijon vind je vooral ook op oogniveau. Duizenden kleuren spatten van honderden kramen, vol vis en groente, kaas en worst, hammen en kruiden, paté’s, rillettes, boter, in katoenen zakken verpakte Bressekippen, Italiaanse spekken, Spaanse chorizo’s, Bourgondische wijnen, Algerijnse olijfolie, mosselen en oesters, levende kreeften en krabben, pens en bloedworst, andouillettes en hersenen. Niet van de slager, maar van zijn kalf, welteverstaan. Kortom, het is een feest om er voor een weeshuis boodschappen te doen, die op Bellevue tot een goddelijke maaltijd worden bereid.

Het leuke van Les Halles is dat je niet eens naar huis hoeft om van dit alles te genieten. Want centraal in het complex vind je La Buvette, een kleine uitspanning, omgeven door een woud van barkrukken, picknickbanken en dito tafels. Het concept is even simpel als geniaal: je koopt van allerlei lekkers op de markt (gerookte ham bij Au Cochon qui Fume, forel van Monsieur Saumon, speck en porchetta bij Sole di Sicilia, stokbrood van meesterbakker Laurent Chevillon, boter en kaas bij Au Gas Normand en gerookte eendenborst bij Pascal Lapree) en strijkt daarmee neer aan een van de hoge eettafels van La Buvette.

Je bestelt een fles Chablis of Macon, vraagt er een dozijn escargots bij, koopt en passant nog een schaal oesters en verorbert dat alles ter plekke, samen met je boodschappen. Waarbij een tweede fles wijn wel nodig is, want prompt wordt er gedeeld met aanpalende tafeltjes, vol andere lekkernijen.

De gastheren en gastvrouwen zijn allemaal vrolijke Fransen en malen er niet om als je om half vier nog steeds rond hangt bij La Buvette, waar immer wijn wordt geserveerd, terwijl de schoonmakers de vloer aanvegen, containers met lege dozen en kisten langs razen en manden vol flessen worden aan- en afgevoerd. Een verplicht nummer dus, Les Halles de Dijon, te bezoeken op dinsdag en donderdag, vrijdag en zaterdag, altijd tot een uur of halfeen.

En na afloop heeft niet alleen Dijon zijn buikje, maar ook iedere gast van Bellevue!

Algemene foto’s van de markt: SpecialPixels