Kip ik heb je

Vandaag moeten we het hebben over De Kip. Niet omdat we met z’n allen zitten opgehokt, maar omdat het Pasen is. Dan moet je het hebben over Het Ei, denk je dan, maar zonder kip geen ei. En andersom, maar dat is een oude kwestie.

Een kwestie overigens, die de nauwe band tussen mens en hen aangeeft. Net als al die spreekwoorden en gezegden die deze relatie lijken te bezegelen. Er als de kippen bij zijn, kletsen als een kip zonder kop, met de kippen op stok gaan en je kiplekker voelen, het zijn slechts een paar voorbeelden uit een lange reeks. Probeer die maar eens te vinden over pakweg een hamster. Behalve dan dat je dat kunt doen…

Goed, een innige relatie dus en die hebben wij van Bellevue ook met De Kip. Onze dierenarts in de buurt kwam als eerste met die aanduiding. Ooit gingen we naar hem toe met een zieke hen. Dat was een bezienswaardigheid in de wachtkamer, want in dit boerenland kom je met je zieke schaapshond naar de dokter, met je kater die een vergiftigde muis opvrat of desnoods met een tochtige koe, maar een kip…? Nee, die gaat onder het mes.

Ook op onze veearts moet het arme beest indruk hebben gemaakt, want waarmee ik in latere jaren ook naar het spreekuur kwam, hij informeerde steevast naar ‘De Kip’. Terwijl ik in al die tijd toch met minstens vier andere hennen was langs geweest, van diverse pluimage. Maar misschien was-ie kippig.

Vanaf het eerste jaar dat wij definitief neerstreken op Bellevue – we hebben het hier over 1 juli 2005, wat over een paar maanden wel weer reden zal zijn voor een mooie fles wijn – hebben we kippen op het erf. De eerste lichting werd genoemd naar grote Franse vrouwen: Jeanne d’Arc, Françoise Sagan en, mijn keuze, Brigitte Bardot. Een heel lang leven was de dames meestal niet beschoren, want elk jaar wel sneuvelen er één of twee. Meestal vallen ze ten prooi aan een vos, een steenmarter of buizerd; de prijs van de vrijheid, want ze scharrelen van hot naar haar en altijd vrij in de wei. Dus kwamen er steeds verse kippen: Kriebeltje, Winnetou (staartveren recht omhoog), Rooie, Charlotte, Obama (omdat-ie zo mooi zwart was) en Tien, naar onze hospita en vriendin. Die overigens niks met kippen had, behalve dan in de pan.

Tien was de opmaat naar een hele familie met Hollandse namen, zoals Fien, Lien, Trien, Pien en Sien. Rien hebben we ook gehad, maar dat was een haan. Gelukkig was-ie al vereeuwigd door Elly, want langer dan een week of vier heeft-ie niet bij ons gewoond. Rien was namelijk een schreeuwerd. Dus op een kwade dag is onze trotse haan om zes uur van zijn stok gelicht en in ochtendjas een kopje kleiner gemaakt. Die ochtendjas had ik trouwens aan. En toen we daags daarna coq au vin op het menu hadden staan, zeiden we: we eten vandaag rien (is Frans voor niks…).

Veel mensen denken dat De Kip dom is. In het begin dacht ik dat zelf ook. In het mooie bouillon! magazine schreef ik ooit neerbuigend: ‘dozen zijn het… eierdozen.’ Voortschrijdend inzicht vereist een rectificatie: De Kip is behoorlijk slim. Zo vogelde de grote Konrad Lorenz ooit uit dat een hen maar liefst 27 verschillende klanken voorbrengt om te communiceren. Dat is meer dan ikzelf, op slechte dagen. Bovendien zijn het zeer sociale dieren. Je kunt niet in de tuin zitten of er loopt wel een toompje gevogelte om je heen te draaien. Uit op een paar kruimels van wat je dan ook aan het eten bent. En als je niet uitkijkt pikken ze de kaas van het brood, dus slechtziend zijn ze ook niet. Gelukkig houden ze niet zo van wijn.

De kinderen die Bellevue bevolken zijn zonder uitzondering dol op De Kip. Vooral vanwege de magie van – daar is-ie dan toch – Het Ei. Want op onze bult in de Morvan is het altijd Pasen voor de kids. Dagelijks struinen zij de tuin door op zoek naar eieren. En als die er even niet zijn van eigen leg, verstoppen we scharreleieren van de buurtsuper in het hooi. Soms tot zes aan toe, van slechts twee kippen. En allemaal met stempel. We hebben zelfs wel chocolade-eieren tussen gelegd en het kroost vertrok geen spier. Zo groot is de kracht van het wonder, dat je zo maar een ei vindt. De meeste koters zijn met zo’n ‘holpoepvrucht’ (Afrikaans, ik geef het maar even mee) in de hand trouwens zo opgewonden dat ze het kleinood prompt op de grond laten flikkeren. Kind in tranen en ei ook een beetje.

Van onze vriendin Joke, die in een dorp verderop ook kippen heeft, kregen we voor deze Paas heel lief twee verse eitjes. Inclusief zelf gebreide eiermutsen. Ah, eiermuts… dat is ook wel een mooie naam voor De Kip.