Sporen van Eddy

Eddy Posthuma de Boer, een van de belangrijkste fotografen van Nederland, overleed afgelopen zondag op 90-jarige leeftijd. Hij liet zijn sporen na in de Morvan, waar hij en zijn Henriette, samen met dochters Tessa en Eva, hun vakanties doorbrachten rond hun tweede huis in Alligny, zo’n beetje naast Bellevue. 

Helaas, helaas, ik heb fotograaf Posthuma de Boer nooit ontmoet. Ik zou hem zelfs niet hebben herkend, want uit alle krantenartikelen die sinds zondag over hem verschenen, komt het beeld naar voren dat hij niet alleen ‘gewone mensen in hun alledaagse leven’ fotografeerde, maar zelf ook één was met die gewone mensen.

In 2016 exposeerde Posthuma de Boer in het plaatselijk wereldberoemde Café Parisien in Saulieu. Het was de kroon op zijn lange vriendschap met collega-fotograaf Jean Marc Tingaud, uitbater van de negentiende-eeuwse kroeg. Dus ga ik te raden bij Jean Marc, die hem wel heel goed kende en verslagen reageert op het overlijden van Eddy.

Posthuma de Boer was er trouwens niet bang voor, om te sterven. In een mooie necrologie schrijft Trouw-journaliste Joke de Wolf dat hij nieuwsgierig was naar hoe het is om dood te gaan. En dat-ie zich verheugde op een tweede ontmoeting met al die mensen die hij had gefotografeerd. Enfin, zoals altijd: de overledenen zelf hebben geen last van hun dood, de nabestaanden des te meer.

Maar terug naar Jean Marc Tingaud, die zijn vriend zelf kort geleden nog portretteerde. Met een bril op die rechts was afgeplakt, na een tikkie in de hersens, waardoor hij het zicht in dat oog verloor. De foto typeert het gevoel voor humor van Posthuma de Boer, die op het zwarte gemaakte glas van zijn bril een portret van zichzelf plakte, als om te onderstrepen dat hij zag door de ogen van zichzelf.

Tingaud: ‘Mijn eerste reportage voor Vogue ging over Jacques Henri Lartigue, een groot Frans fotograaf, die toen al 92 was. Toen ik na afloop in mijn auto stapte, zag ik in mijn achteruitkijkspiegel dat Lartique en zijn vrouw Florette hetzelfde deden. En opeens wist ik zeker dat ik ze nooit meer zou zien. Met Eddy gebeurde hetzelfde toen hij hier in juni van dit jaar met zijn vrouw een kop koffie kwam drinken. Ik had nog nimmer een foto van hem gemaakt, maar kon die aandrang op dat moment niet weerstaan. Alsof ik een voorgevoel had.’

Aan de wand van Café Parisien hangt, tussen de vergulde spiegels uit 1832 in, een beroemde foto van Eddy Posthuma de Boer: een 2CV met uit het dak oprijzend de Eiffeltoren. Aan de linkerzijde van de foto is met potlood de tekst Gustave et André, Paris 1978 gekrabbeld, aan de rechterkant staat de naam van fotograaf. ‘In 2016 hebben mijn vrouw en ik hier, in Saulieu, een expositie gewijd aan het oeuvre van Eddy. Aan ons twee de keuze van de foto die de tentoonstelling zou dragen. Dat was een beeld van een boer in Peru. Een eenvoudige man, zoals Eddy een voorliefde leek te hebben voor eenvoudige mensen in hun alledaagse doen. Als dank kregen we die foto van de Lelijke Eend met de Eiffeltoren. Die heeft zijn vaste plek aan de wand en maakt inmiddels onderdeel uit van de historie van Café Parisien.’

Posthuma de Boer fotografeerde overal en altijd. En dus ook in de Morvan, het natuurgebied waarvan Saulieu de ongeschreven hoofdstad is. Tingaud: ‘Ieder jaar in januari stuurde Eddy mij een boekje met afdrukken van de foto’s die hij de achterliggende twaalf maanden had gemaakt, dikwijls ook bij ons om de hoek, van zijn gezin, zijn kinderen. Vaak ook waren het foto’s rond een thema: landschappen, steden, kinderarbeid en sloppenwijken, maar toch vooral ménsen. Beelden van een man met aandacht voor zijn directe omgeving, die geen onderscheid maakte tussen arm of rijk, goed of fout, jong of oud. Hij fotografeerde de mensen zoals hij ze zag, zoals hij ze ontmoette, zoals ze waren. Direct en echt, met eerlijke emoties en nooit gekunsteld.’

Dat laatste geldt overigens ook voor Jean Marc Tingaud zelf, die op zijn 74-ste nog altijd zijn benen uit zijn gat loopt om alle gasten van Café Parisien te bedienen. Vooral om het etablissement, dat op de lijst van Historische Cafés van Europa staat, te behouden voor het nageslacht. ‘Natuurlijk is dit een bedrijf en moeten we omzet draaien en zelfs wat winst maken. Maar uiteindelijk komt het geluk toch van ontmoetingen met andere mensen, die net zo in het leven staan als wij zelf. Zoals Eddy en zijn Henriette.’

Beide fotografen hebben meer gemeen. Hun onrust die hen over de hele wereld voerde. Posthuma de Boer fotografeerde in meer dan tachtig landen en Tingaud doet er niet veel voor onder. ‘We vertellen beiden met onze beelden over de mens, maar onze stijl is heel anders. Eddy verbeeldt de mannen en vrouwen en kinderen direct, ik doe dat door hun dingen, hun attributen te vangen. Maar wat we dan wel weer gemeen hebben is dat we allebei trekvogels zijn en toch altijd weer terugkeren naar ons nest. Eddy naar zijn Amsterdam en hun tweede huis in Alligny, ikzelf naar Parijs en de stad van mijn geboorte: Saulieu.’

Tingaud roemt de bescheidenheid van Posthuma de Boer, maar betreurt die karaktertrek eveneens. ‘Oké, in Nederland is hij beroemd, maar in Frankrijk kent niemand hem?!? Zelf kon hem dat geen lor schelen, en nu al helemaal niet meer, maar voor de Fransen is het een groot gemis. Ofschoon hij goddank zijn oeuvre heeft nagelaten. Een groot oeuvre, van een groot mens.’

De foto’s van Eddy Posthuma de Boer (en zijn vrouw) zijn gemaakt door Jean Marc Tingaud en worden met toestemming van de fotograaf gebruikt.

Zie ook: www.eddyposthumadeboer.com, www.jeanmarctingaud.com en www.cafeparisien.net